Altijd een mysterie gebleven
Robert Millar was in de jaren tachtig een van de beste klimmers ter wereld. Na zijn carrière hoorde niemand meer iets van hem. Of moeten we zeggen: van haar?
En toen was daar in 2007 opeens het bericht dat voormalig bergkoning Robert Millar tegenwoordig Philippa York zou heten, in graafschap Dorset zou wonen en daar zou samenleven met haar vriendin Linda Purr. Althans, volgens The Daily Mail. De Engelse boulevardkrant gaat er nog altijd prat op dat ze het geheim van de voormalige bergkoning heeft ontfutseld: Robert Millar, bedwinger van menig Alpencol, held van een hele generatie wielerliefhebbers, was vrouw geworden.
Het zou kunnen dat het waar is. Het zou ook kunnen dat het niet waar is. Feit is dat een verslaggever van The Daily Mail York in 2007 heeft aangesproken, terwijl ze in een garage aan een motorfiets sleutelde. De vrouw weigerde echter over Robert Millar te spreken. Een buurtgenoot liet nog wel ontglippen dat Philippa vroeger inderdaad een man was geweest, maar liet het daar verder bij. De bijgevoegde foto van ‘Millar’ biedt geen enkele zekerheid. Het zou inderdaad de oud-renner kunnen zijn. Maar onomstotelijk is het bewijs niet. Robert Millar, geboren in 1958, was in de jaren tachtig een van de beste klimmers van de wereld. Hij luisterde naar de bijnaam ‘De Vliegende Schot’, werd in 1984 vierde in de Tour de France, eindigde in 1987 als tweede in de Giro d’Italia en won in beide rondes de bergtrui.

Hobbelpaard
De Brit was tijdens zijn carrière bij twee Nederlandse ploegen in dienst, Panasonic en TVM. Als Jos Lammertink aan Robert Millar denkt, dan denkt hij aan een hobbelpaard. ‘Zou je in die tijd twee kilometer boven het peloton hebben gevlogen, dan pikte je hem er meteen uit. Hij was een uitermate lelijke klimmer’, vertelt hij over zijn voormalige ploegmaat. ‘Een lelijke vent ook, dat was gewoon zo.’ Millar was behalve als bergkoning ook vermaard om zijn nogal teruggetrokken karakter. Mensen die met hem hebben samengewerkt bij Panasonic of TVM noemen hem ‘een einzelgänger’ (Steven Rooks), ‘een mol’ (Peter Winnen) of ‘een stranger’ (Jos Lammertink). Die laatste verklaart: ‘Je ziet elkaar in de koers. Of in het hotel. En anders aan tafel. Maar Robert zag je nooit. Zelfs eten deed hij vaak op zijn eigen kamer. Hij had altijd zelf dingetjes bij zich.’
Steven Rooks associeert Millar vandaag de dag daarom nog steeds met slablaadjes. ‘Daar at hij er namelijk nogal veel van.’ Millar was een van de eerste renners die als vegetariër door het leven gingen. Zijn dieet bestond uit drie ingrediënten: spaghetti, brie en sla. Volgens Rooks zat Millar – geheel volgens het tijdsbeeld – tegen anorexia aan. ‘De heersende opvatting was: je moet zo licht mogelijk zijn om bergop te fietsen. Men vergat dat je daarvoor ook kracht nodig had. Leontien van Moorsel was in de periode altijd met voedsel bezig. Millar ook.’ In 1995 werd hij nog Brits kampioen wielrennen op de weg. Het was een van zijn laatste stuiptrekkingen. Kort daarna ging zijn laatste ploeg, het Franse Le Groupement, failliet en verliet Millar het professionele wielrennen. Hij was nog kortstondig ploegleider, maar een groot succes werd dat niet.

Extreem
Hadden zijn ploeggenoten al tijdens hun carrière nauwelijks contact met de eigenzinnige Schot, daarna verdween Millar helemaal van de radar. In 2003 kreeg ‘De Vliegende Schot’ een plek in de Schotse Sports Hall of Fame. Bij de ceremonie was hij afwezig. Niemand wist waar hij was. Of wie hij nog was. Tot The Daily Mail dus in 2007 het geruchtmakende artikel over de geslachtsverandering van Millar publiceerde. De krant kreeg daarmee voor elkaar wat journalist Richard Moore in een jaar niet was gelukt. Moore bracht in 2007 het boek In search of Robert Millar uit en was niet verder gekomen dan een e-mail, waarin Millar schreef: ‘Disappeared? Not really. Moved on, relaxed, chilled, or only doing things that please me.’ Het echte, harde bewijs dat Millar vrouw is geworden ontbreekt nog altijd. Gewoonweg omdat de oud-renner daar nooit mee naar buiten is gekomen. Steven Rooks twijfelt daarom aan alle verhalen. Hij vraagt zich af: ‘Als je echt zou willen, dan is iemand toch te traceren? Dus is het wel waar?’ Het zou hem in elk geval niet verbazen. ‘Als renner was hij extreem. Het lag in de lijn der verwachting dat hij ook daarna met iets extreems in het nieuws zou komen. Ik ben wel nieuwsgierig, ja. Maar het houdt me ook niet hele dagen bezig. Misschien komt Robert Millar ooit nog ergens opdraven. Dan weten we meteen hoe het met hem is. Of haar.´



